Bovenkant

Rhamnus pumila

Familie: Rhamnaceae (Wegedoorn familie)


Rhamnus pumila

Synoniem: Rhamnus pumilus

Verklaring latijnse namen:
Rhamnus= overschrijving naar Latijn van de oude Griekse plantennaam rhamnos, waarmee gedoornde struiken, mogelijk Rhamnus soorten, werden aangeduid.
pumila/us = dwerg, dwergachtig.

Namen in:
Nederlands: Dwergwegedoorn
Duits: Zwerg-Kreuzdorn, Niedriger Kreuzdorn
Engels: Dwarf Buckthorn
Frans: Nerprun nain
Italiaans: Ramno spaccasassi

Hoogte: 5 - 20 cm

Bloeitijd: Mei – juli. Ronde blauwzwarte giftige bessen augustus – september

Kleur: Geliggroen

Grondsoort: Droge arme kalk

Licht: Zon

Vermeerdering: onbekend

Wetenswaardigheden:
Deze doornloze, bladverliezende kruipende pionier dwergstruik komt voor in zonnige rotsspleten, rotshellingen en rotsvloeren, maar houd niet van fijne aarde. Deze struik komt verstrooid tot zeldzaam voor in het grootste deel van de Alpen, de Balkan en Noord Afrika, op een hoogte van 1200 tot 3000 meter.

De nectar rijke bloemen worden bezocht door vliegen en vliesvleugeligen (oa mieren, hommels, wespen en bijen). Na de bloei geeft deze struik bessen die eerst rood en daarna blauwzwart worden. Vogels verspreiden de bessen.

LET OP: (zwak)giftig