Bovenkant

Filipendula vulgaris

Familie: Rosaceae (Rozen familie)


Filipendula vulgaris

Synoniem: Filipendula hexapetala – Spiraea filipendula

Verklaring latijnse namen:
Filipendula = van filum, draad; pendulus, hangend: plant met aan draadvormige wortels hangende knollen.
vulgaris = van vulgus, de grote hoop: tot de grote hoop behorend, overal voorkomend, algemeen.
hexapetala = van Griekse hex, zes; petalon, kroonblad: met zes kroonbladeren.
Spiraea = overschrijving naar het Latijn van de oude Griekse naam speiraia, waarmee een plant werd aangeduid waarvan de identiteit niet bekend is. Hierdoor is de oorsprong van de naam onzeker.

Namen in:
Nederlands: Knolspirea
Duits: Knolliges Mädesüß, Kleines Mädesüß, Knolliger Geiβbart, Knollige Spierstaude, Knollen-Spierstaude, Wiesenkönigin, Filipendelwurz
Engels: Dropwort
Frans: Filipendule vulgaire
Italiaans: Filipendula comune

Hoogte: 30 – 80 cm

Bloeitijd: Mei - juli

Kleur: Wit

Grondsoort: Arme, droge kalk

Licht: Zon - Halfschaduw

Vermeerdering: Onbekend

Wetenswaardigheden:
Dit kruid, met knollig verdikte wortels, vind je op droge arme weiden, bosrand en licht gemengd bos en komt verstrooid voor in Jura, Vogezen, Frans Centraal Massief, Haute-Savoie, Savoie, Isère, Drôme, Vaucluse, Heutes Alpes, Alpes-de –Heute-Provence, Var, Alpes-Maritimes (Frankrijk), Pyreneeën, Imperia, Savona , Cuneo, Torino, Apennijnen, Aosta, Vercelli + Biella, Novara + Verbania, Varese, Como + Lecco, Sondrio, Bergamo, Brescia, Verona, Vicenza, Trento, Zuid Tirol, Belluno, Treviso, Pordenone, Udine (Italië), Waadt, Wallis, Luzern, Tessin, Graubünden, (Zwitserland), Schwarzwald, Rheinland-Pfalz, Schwaben, Oberbayern (Duitsland), (Nord)Tirol, Salzburg, Osttirol, Kärnten, Steiermark, Niederösterreich + Wien, Burgenland (Oostenrijk), Slovenië, Karpaten, de Balkan, Dinariden. In de rest van Europa tot in Zuid Scandinavië en in Groot Brittannië. Verder ook in Noord Afrika en Azië.